Binnenkort

loader

1936

Rond 1880 uitte Baginsky, professor aan de hogeschool te Berlijn, de idee dat kinderen in open lucht moesten opgevoed worden. Volgens hem heeft een kind nood aan licht, lucht en beweging voor een harmonische ontwikkeling. Zijn woorden vonden echter geen weerklank in Duitsland.

In 1891 nam een onderwijzer te Parijs, M. Lemonnier, de gedachte van Baginsky over. Zodra het weer dit toeliet, verliet hij met zijn leerlingen het schoollokaal en gaf zijn lessen op de speelplaats van de school ; soms zelfs verliet hij de school om zijn lessen in een nabijliggend stadspark te geven.

 

Rond hetzelfde tijdstip hernam Becker te Berlijn dezelfde gedachte en kwam professor Legendre van de hogeschool te Parijs met de wens een école-sanatorium op te richten.

In 1904 richtte Benedict de eerste openluchtschool op, namelijk de Waldschüle van Charlottenburg. Op een open plaats in het bos van Charlottenburg, een voorstad van Berlijn, werd een eenvoudige barak getimmerd waarheen de kinderen 's morgens vanuit de stad per elektrische tram gebracht werden, en op dezelfde wijze 's avonds naar huis gingen. De kinderen vertoefden heel de dag in open lucht, kregen drie uur les en ontvingen een middag- en namiddagmaal.

In 1907 volgde Lyon met haar openluchtschool te Le Vernet. Sedertdien heeft de beweging zich over heel Europa uitgebreid. Er kwamen openluchtscholen in Duitsland, Frankrijk, Italië, Engeland en Nederland.

De Sint - Ludgardisscholen zijn ontstaan uit een initiatief van een groep ouders die in 1910 voor hun kinderen in het toen nog Franstalige Belpaire-instituut, onderwijs in de eigen moedertaal verlangden.

In 1911 kon de Sint - Ludgardisschool reeds gestart worden, dankzij het begrip van mevr. Belpaire, met enkele Nederlandstalige klassen in het Belpaire-instituut. Het aantal leerlingen groeide vlug aan en in 1928 nam de
Sint - Ludgardisschool haar intrek in nieuwe gebouwen die verkregen werden door de vrijgevigheid van Lieven Gevaert.

In 1936 volgde de eerste openluchtschool in Koningshof te Schoten. Dokter Fierens van Antwerpen die deel uitmaakte van de inrichtende macht van de Sint - Ludgardisschool had in Zwitserland openluchtklassen bezocht en paste het concept aan om in onze streken een soortgelijk onderwijs te beginnen.
In 1954 volgde de openluchtschool van Brasschaat.

In 1963 werd de parochiale school van Schilde Bergen omgevormd tot de derde Sint - Ludgardis openluchtschool . In deze scholen kunnen de kinderen in een gezonde omgeving, één met de natuur, in een rustige sfeer onderwijs genieten.

 

Wat is een openluchtschool ?

In een openluchtschool worden de kinderen in open lucht, in nauw contact met de natuur onderwezen en opgevoed. Het Internationaal Congres voor Openluchtopvoeding in 1949 te Rome zegt :
"Alleen de openluchtschool kan een volledige opvoeding verschaffen. Zij sluit zon, levensvreugde en vrijheid in, zij beschikt over de beste didactische middelen, nl. al wat het kind omringt : de mensen aan het werk, de bomen, de vogels, het water."
En verder :
"Elke openluchtklas is een kleine onafhankelijke wereld, en een geest van eendracht, op kameraadschappelijkheid gesteund, leidt daar de leerlingen en leerkrachten."

Volgens dokter A. Fierens, die mee aan de basis lag van de eerste Sint-Ludgardis openluchtschool, zijn er in een openluchtschool niet de helft van de afwezigheids-dagen wegens ziekte, in vergelijking met een andere school. "De lichamelijke ontwikkeling wordt harmonisch, maar vooral de open blik , de opgeruimde geest,
het verdwijnen van allerlei zielsconflicten bij het kind is opvallend."

In onze noordelijke streken, waar het zonnelicht karig toegemeten is, zien wij ons verplicht elk zonnestraaltje op te vangen en te benutten. Daarom ook vinden wij de meeste openluchtscholen in het noorden van Europa.

In een openluchtschool staat één wand van de klas steeds open. Maar tevens moet aan de leerlingen geleerd worden open te staan voor al wat er in de buitenwereld gebeurt. Zij moeten leren zorg te dragen voor deze wereld. Zij moeten bewondering en eerbied krijgen voor de natuur.
Zij moeten aandacht en bezorgdheid leren voor de medemens.
Door heel het concept van openheid en vrijheid, het bezig zijn met de natuur, wordt aan de leerlingen een grote levensblijheid meegegeven. Deze levensblijheid is het fundament om te leren positief om te gaan met
de problemen van het leven.